
Verklaring burgemeester Jan Heijkoop, Oostflakkee, tijdens de raadsvergadering van 11 juni
Inzake de zaak Swaneveld/uitzending Zembla/onderzoek VROM/artikel AD
Geachte raadsleden, dames en heren,
Dit agendapunt nummer 10 is op de agenda geplaatst vanwege vragen van mevrouw Van Dijke van de PvdA en de heer Van Gurp van de SG
Aan de orde was een krantenartikel in het AD wat ging over een rapport van het PvdA bestuur over de zogenaamde kwestie Swaneveld. De heer Van Gurp vroeg naar de brief die de gemeente heeft gestuurd naar het ISGO en wilde hier nader over discussiëren in de raad. Het college heeft overwogen een schriftelijke beantwoording aan te bieden, maar heeft hier van afgezien toen er aanvullende informatie kwam van de heer Swaneveld en er verder ook een schriftelijke reactie van de PvdA fractie publiekelijk beschikbaar kwam.
Zowel door de heer Swaneveld als de heer Noordzij van het PvdA bestuur is overwogen gebruik te maken van het spreekrecht. De heer Swaneveld heeft hiervan afgezien, gezien het feit dat zijn bijdrage is verspreid onder de raadsleden.
Dames en heren, ondanks het feit dat in de raad al verschillende keren bij dit dossier is stilgestaan en gedebatteerd is (zoals de brief van
Kort de voorgeschiedenis:
De heer Swaneveld werd begin 2000 verwelkomd als nieuwe ondernemer en ging bouwen voor zijn krullen- en zaagselbedrijf.
Tijdens de bouw ging hij alvast produceren om liquiditeitsredenen. De gemeente controleerde op basis van de verleende bouwvergunning - kreeg ook klachten over geluid en stof - en ging over tot handhaving.
Een conflict ontstond en liep zeer hoog op. Los van de feitelijke zaken liepen de emoties hoog op. Er was ook sprake van botsende persoonlijkheden. De handhaving werd doorgezet. Uiteindelijke gevolg was sluiting en overname van de opstallen van de heer Swaneveld.
Naast de rol van het college, ambtelijke organisatie en het ISGO, stond ook de verhouding met een deel van de raad onder druk. De heer Swaneveld verzocht de
Deze verrichtten een diepgaand onderzoek, hield hoorzittingen en bracht haar rapportage uit. Als raad en college hebben we hierover gediscussieerd. Samengevat kwam het erop neer dat de gemeente ernstig tekort is geschoten op het vlak van communicatie en bejegening en dat ook de communicatie met het ISGO tekort schoot. Wel constateren ze dat een aantal verbeteringen al is gerealiseerd. Ook is op geen enkele wijze gebleken dat de gemeente formeel juridisch onjuist heeft gehandeld. De brief van het college waar de heer Van Gurp naar vroeg is een van de acties, voorkomend uit deze aanbevelingen van de
Hierbij kan ook worden opgemerkt dat tijdens de infoavond met de plaatselijke ondernemers bleek dat de samenwerking maar ook de deskundigheid van het ISGO soms tekort schiet. Over de relatie met de gemeente zijn de plaatselijke ondernemers zonder meer tevreden.
Hiermede kan het imago van onze gemeente zich weer herstellen. Aan de orde is niet hoe wijzelf maar hoe anderen tegen ons aankijken.
Ik kom straks nog terug op de ingezette verbeteracties naar aanleiding van de
Na de
Hierna konden we kennis nemen van de rapportage van het PvdA partijbestuur van Oostflakkee, gerelateerd aan de Zembla-uitzending. Mevrouw Van Dijke van de PvdA fractie heeft naar aanleiding van een artikel in het AD in een vorige raadsvergadering gevraagd wat de opvatting van het college hierover is, waarna afgesproken is dit later te agenderen.
Ondertussen is de PvdA fractie met een eigen antwoord op de nota van het PvdA afdeling bestuur gekomen.
Nu zouden we kunnen zeggen dat het primair een PvdA discussie is, maar dit is maar gedeeltelijk juist. Allereerst is toegezegd er over te praten, maar ook wordt in de nota dermate denigrerend over de gemeente Oostflakkee gesproken, dat lang niet elke fractie dit over zijn kant laat gaan.
Maar eigenlijk zijn de vragen uit het rapport al eerder door de VVD fractie gesteld, en toen bediscussieerd.
De meeste PvdA antwoorden van de fractie sluiten dan ook aan bij de opvattingen zoals die hier breed bij de raad en het college leven.
Tenslotte wat zijn de concrete verbeteringen vanuit het
Gevolgde aanpak
Het college heeft de aanbevelingen van de inspectie op diverse momenten besproken en daarover zijn opvattingen verwoord. Leidraad in de discussies daarover vormen opvattingen over een brede aanpak van het thema dienstverlening. (NB. Dit sluit ook aan bij de al eerder opgepakte lijn van het project betere dienstverlening). Al in 2006 is een begin gemaakt met een nieuwe werkwijze. Daarin zijn drie grote lijnen te onderscheiden: dienstverlening verbeteren, participerend werken, proactieve communicatie/informatie.
Voorbeelden hiervan zijn:
- Het college heeft gekozen voor 'communicatie met' in plaats van 'voorlichting aan' burgers en bedrijven. Dit wordt gedaan door middel van een andere instelling in houding en gedrag, tweespraak en een meer proactieve benadering. Door aantrekking van een fulltime beleidsmedewerker communicatie in 2006 en de uitbreiding met een parttime communicatiemedewerker in 2007, is hier vorm aan gegeven.
- Ingezet is, en wordt nog steeds, op inbreng van burgers, bedrijven en instellingen/verenigingen. Dit wordt gedaan door hen in een zo vroeg mogelijk stadium te betrekken bij planvorming. Denk hierbij aan participatie bij bouwprojecten, bestemmingsplannen, toekomstvisie, planontwikkeling van Oude-Tonge en Ooltgensplaat en nieuw sociaal beleid zoals armoedebeleid. Ook de recente bijeenkomsten met het bedrijfsleven passen hierin. Wij merken dat deze aanpak waardering oplevert.
- Het college richt meer de aandacht op bemiddeling en mediation. Zo is bijvoorbeeld voor de problematiek in het Fort mevrouw Hommes als bemiddelaar ingezet. Verder wordt meer aandacht besteed aan kennis en toepassingsmogelijkheden van mediation, zodat het wellicht vaker kan worden ingezet als middel bij het beter en anders communiceren met burgers.
- Met het ISGO zijn als vervolg op de brief van de
- Ook worden met het ISGO nadere afspraken gemaakt over de wijze waarop de communicatie wordt vormgegeven. Essentieel is de afspraak dat in (bepaalde complexe) dossiers sprake zal zijn van één aanspreekpunt. Ontwikkelingen met betrekking tot de WABO (per 1-1-2010) en de betekenis daarvan voor de handhavingpraktijk zijn daarin van belang.
- Scherpere invulling van de gevraagde competenties voor de juridisch medewerker
- Bij invulling van openstaande vacatures worden nieuwe medewerkers geworven die passen binnen ons dienstverleningsconcept.
- In de organisatie wordt meer dan voorheen beseft en stilgestaan bij het belang van het managen van verwachtingen. Bedrijven, burgers, bestuurders en medewerkers hebben soms geheel andere verwachtingen bij bijvoorbeeld het doen van aanvragen en het indienen van verzoeken. Ook ligt in de organisatie de nadruk op vraaggericht werken en wordt er vaker van buiten naar binnen gekeken.
- Er zijn andere communicatielijnen ingezet. Denk hierbij aan het versturen van digitale nieuwsbrieven, persberichten en mailings en een persoonlijk gesprek bij een geweigerde bouwvergunning om de reden van weigering toe te lichten dan wel uit te leggen.
Conclusie
Het college en de organisatie zitten in dit opzicht in een bewustwordingsproces en daarmee in een actief veranderingsproces. Dit proces is, zoals aangegeven in het raadsprogramma, al in 2006 ingezet. Het proces van verbetering van de dienstverlening aan burgers is een continu proces en is nooit klaar. Het blijft onze continue aandacht behouden.
Geruime tijd geleden heb ik al met de heer Swaneveld een gesprek gevoerd, waarbij ik heb aangegeven dat uitkomsten van de
Met deze beschouwing heb ik beeld willen geven van het dossier. Compleet is het nooit, bevredigend ook niet echt. Maar het is voor alle partijen het beste dit nu af te ronden.
Jan Heijkoop
Wnd. burgemeester gemeente Oostflakkee
Brief naar aanleiding van rapport VROM inzake behandeling zaak Swaneveld
VROM/ftb
21 april 2009
bevestiging gemaakte afspraken n.a.v. brief vrominspectie
F. ten Brinke 0187-647107
ftenbrinke@oostflakkee.nl
het Dagelijks Bestuur van het I.S.G.O.
t.a.
Postbus 313
3240 AH MIDDELHARNIS
Geacht bestuur,
Op 12 maart jl. heeft een onderhoud plaatsgevonden tussen uw bestuur, vertegenwoordigd door de heren A.R. Slijkhuis en A.B. Smits, en ons college, vertegenwoordigd door de heren J.C. van der Laan en A.J.
De aanleiding voor dit onderhoud is gelegen in een klacht die de heer
De Inspectie VROM heeft die klacht in behandeling genomen en gaandeweg heeft zij om ons onbekende redenen die behandeling uitgebreid tot onder meer een ingediende melding ex artikel 8.40 van de Wet milieubeheer.
Dit betreft een melding die in juni 2007 door de heer Swaneveld bij het I.S.G.O. is ingediend, en die als onderwerp heeft – kort samengevat – het bewerken van hout ca. in de open lucht op het perceel Boezemweg 5 te Oude-Tonge.
Deze melding is niet in behandeling genomen. De redenen waarom zijn alleszins begrijpelijk en acceptabel.
Edoch, die melding werd niet opgeborgen in het betreffende milieudossier. In plaats daarvan bevond de melding zich in een zogeheten werkdossier van een van uw medewerkers. Dit heeft er helaas toe geleid dat een van onze medewerkers door de heer Swaneveld er meerdere malen ten onrechte van werd beschuldigd dat hij stukken zou hebben ontvreemd uit dat milieudossier.
Afgesproken is dat de dossiervorming verbeterd zal worden, zodat bij toekomstige verzoeken op grond van de Wet openbaarheid van bestuur alle stukken ter inzage kunnen worden gegeven.
Voorts zijn afspraken gemaakt over de externe communicatie. Afgesproken is dat bij een bepaalde mate van gecompliceerdheid er één aanspreekpunt is naar wie consequent zal worden verwezen, ongeacht de inhoud van een gestelde vraag dan wel van een gemaakte opmerking. Zo’n aanspreekpunt kan worden bepaald op voorstel van uw kant, of op voorstel van onze kant.
Wij vertrouwen er op dat de gemaakte afspraken zullen leiden tot het beoogde resultaat, namelijk een adequate dossiervorming en een dito communicatie.
Een exemplaar van deze brief hebben wij gezonden naar de gemeenteraad van Oostflakkee en naar de Inspectie VROM.
Hoogachtend,
burgemeester en wethouders van Oostflakkee,
de adjunct-secretaris, de wnd. burgemeester,
A.J.
Inspreker Wim Noordzij, voorzitter bestuur PvdA Oostflakkee, tijdens de raadsvergadering gemeente Oostflakkee op 18 juni 2009
Geachte raad,
Het is misschien vreemd dat ik nu in ga spreken over een agendapunt dat niet op de officiële agenda staat maar waarvan ik van de griffier te horen heb gekregen dat het wel behandeld zal worden. Jammer dat niet meer burgers hier van op de hoogte kunnen zijn want het is denk ik een wezenlijk onderdeel van waar de raadsvergaderingen ook voor staan het informeren van de bevolking en de mening van de burger van belang te vinden
Met zorg en teleurstelling heb ik als een van de samenstellers van het rapport kennis genomen van de reacties van zowel de PvdA wethouder als de PvdA Gemeenteraadsfractie op het rapport “Goed bestuur in Oostflakkee”. Gegeven de aard van deze reacties voel ik mij gedwongen zelf nadere informatie te verstrekken om een vertekend beeld te voorkomen.
Dit rapport, uitgebracht onder verantwoordelijkheid van het PvdA afdelingsbestuur, pleit voor een openbaar gemeenteraadsonderzoek in Oostflakkee naar de gang van zaken die eerder in de februari uitzending van het Vara programma Zembla aan de orde werd gesteld. In die uitzending werd het gemeentebestuur van Oostflakkee zeer negatief afgeschilderd wegens haar handelen in een slepend conflict met een ondernemer uit Oostflakkee.
Het rapport concludeert dat de twijfel over juistheid van die beschuldigingen niet geheel kan worden weggenomen op basis van het door ons bestudeerde materiaal. Bovendien kwamen tijdens het bestuderen nog andere aspecten naar boven die ook twijfel rechtvaardigen. In een tijd waarin het vertrouwen van burgers in politiek en bestuur zich niet op een hoogtepunt bevindt vindt ik dat het openbaar bestuur geen enkele twijfel mag laten bestaan over de correctheid van haar optreden en hierover maximaal inzicht moet geven aan haar burgers. Waar misstanden niet aanwezig zijn dienen beschuldigingen feitelijk en controleerbaar weerlegd te worden. Waar misstanden wel aanwezig zijn wordt “schoon schip” gemaakt. Goed functioneren van dit “zelfreinigend vermogen” van de overheid is essentieel om legitimiteit te verankeren en vertrouwen in politiek en bestuur bij burgers te verwerven.
De reactie
Waar het afdelingsbestuur zich met name bezorgd over maakt is dat de reactie van de PvdA fractie voor een onevenredig groot deel bestaat uit het ter discussie stellen van de motivatie en integriteit van de makers van het rapport, het eigen afdelingsbestuur en de emeritus hoogleraar die bij de Vara uitzending betrokken was. Met deze wijze van reageren brengt men de negatieve sfeer vanuit het verleden terug . Een sfeer van over elkaar heen vallende beschuldigingen die kenmerkend is voor de bestuurscultuur die in de Vara uitzending aan de orde werd gesteld. Een negatieve sfeer die wij probeerden te doorbreken door ons in het rapport zoveel mogelijk op feiten te baseren in plaats van meningen van betrokkenen. Nu twijfel toch gerechtvaardigd blijkt wordt de aanbeveling gedaan voor een gedegen en openbaar raadsonderzoek zodat het openbaar bestuur zelf haar eindoordeel kan geven en verantwoorden. Die bevoegdheid is er niet voor niets.
Ik heb me met name gestoord aan uitlatingen
- “er spelen bij dit partijbestuur naar onze mening andere belangen om dit gemeentebestuur in een negatief daglicht te plaatsen.”
- “Het is de vraag of er sprake kan zijn van een objectief rapport, als dat wordt opgesteld door mensen die zich meermalen tegenstander hebben getoond van het huidige gemeentebestuur van de gemeente Oostflakkee, en nog specifieker, als bestrijder van de huidige fractie van de PvdA.”
- In de raadsvergadering gaf mevrouw van Dijke-Van Dalen aan dat de fractie afstand nam van dit suggestieve rapport. Suggestief op welke manier? Vraag ik me dan ook af. Het adviseert slechts om een raadsonderzoek in te stellen op basis van feiten.
Ook aan de beschuldiging welke door de PvdA wethouder naar de pers is gezonden til ik zwaar, zij schreef:
- “Ik betreur het dan ook dat het bestuur dit document openbaar maakt alsof het hier wél objectieve waarheidsvinding betreft. Ik herken hierin helaas belangenbehartiging en cliëntelisme.”
- De wethouder geeft verder bij de pers aan dat ze niet wil blijven hangen in het verleden en bezig blijven met “oude” politiek.
Dit is nu net waar dit rapport over gaat “goed bestuur” en de manier waarop hier op gereageerd wordt is “oude” politiek .
Op de raadsvergadering van 28 mei gaf de heer Van der Valk aan dat er geen hoor en wederhoor plaats heeft gevonden. Nee dat klopt wij doen geen onderzoek dat moet de raad doen. Wij hebben slechts gekeken of de informatie van Zembla juist was.
We hebben van de Vara hun doos met materiaal gekregen en de conclusie was dat er gerede twijfel was om een onderzoek te doen.
Nogmaals:
Doelstelling van de samenstellers is en blijft het activeren van het zelfreinigend vermogen van onze volksvertegenwoordiging: De Gemeenteraad. De vorm die aanbevolen wordt is een zelf uitgevoerd openbaar onderzoek dat gesuggereerde misstanden die niet aan de hand zijn feitelijk en controleerbaar weerlegt en de kans biedt “schoon schip” te maken waar misstanden binnen het gemeentebestuur wel aan de hand zijn. Niets meer en niets minder.
De gehanteerde procedure rond het uitbrengen van het rapport is naar mijn mening voldoende zorgvuldig geweest.
Er is eerst telefonisch contact met Wethouder en Fractievoorzitter gezocht en later een gesprek geweest tussen hen en een delegatie van het bestuur. Zij bleken helaas niet in staat hun kritiek op de inhoud van het rapport te staven met onderliggende controleerbare documentatie. Was dit wel het geval geweest had dat vanzelfsprekend kunnen leiden tot aanpassing van het rapport. Dat is in een vroeg stadium aan hen duidelijk gemaakt. Hun ingebrachte kritiek bestond louter uit eigen opinies en inschattingen van de werkelijkheid zonder feitelijke onderbouwing.
Omdat het rapport zoveel mogelijk van officiële documenten en rapporten wilde uitgaan is zeer terughoudend omgegaan met meningen van betrokkenen, zowel met die van de heer Swaneveld als die van betrokken bestuurders. Dhr Swaneveld is op geen enkele manier betrokken bij dit rapport want het gaat niet over hem maar over goed bestuur. Zijn case was een voorbeeld dat gebruikt is.
Dat hij er misschien mee aan de haal zou gaan is wel een overweging geweest maar geen reden om het niet naar buiten te brengen.
Tenslotte werden 2 belangrijke punten, die wel reeds gestaafd waren door documenten en verklaringen van derden, door hen beiden bevestigd waardoor bij mij over deze kwesties alle eventueel nog mogelijke twijfel werd weggenomen.
Dat waren de kwestie van het verzuimen om verkeerd verstrekte informatie aan Raad en rechter te herstellen door de vakwethouder en de grote druk van de toenmalige burgemeester op enkele raadsleden met als doel dat zij zich van verdere bemoeienis met de kwestie zouden onthouden.
Niet uitbrengen en bespreken van het rapport was volgens mij geen optie. De problematiek die erin aangedragen wordt is daarvoor te ernstig. De door Wethouder en Fractievoorzitter aangedragen argumenten het rapport niet verder in procedure te brengen waren ook voor mij niet acceptabel. (Te weten: zaak is al gesloten in de Gemeenteraad; en: Er is risico van beschadiging van bij de zaak betrokken partijgenoten;).
Wat mij het meeste stoort is dat de oprechte intentie om kritisch te zijn t.a.v. zaken die spelen worden omgezet in persoonlijke verwijten naar de mensen die deze kritiek naar voren brengen. Wij hebben naar eer en geweten gehandeld maar moeten zien hoe dat eenvoudigweg niet wordt geloofd. Wij zijn inmiddels voorzien van allerlei kwalificaties ( rancuneus, clientelisme, oorlogvoerend, 1 issue partij, actievoerend etc.) en er worden beelden van ons weggezet die ons persoonlijk raken.
Alles wat uit mij en mijn collegabestuurders naar voren komt wordt geplaatst in het voeden van een bestaand conflict.
Ons handelen zal niet als oprecht worden gezien. De basis is wantrouwen, achterdocht, onprofessioneel handelen, eigenbelang, achterklap en roddel.
De meest recente reacties gaan nu voorbij aan de inhoud van het onderzoek. De recente reacties gaan ook voorbij de intentie van het rapport. De argumenten gaan niet meer over de juistheid van de gegevens. Natuurlijk kunnen er dingen niet kloppen. Dat lijkt me dan eenvoudig te weerleggen door b.v. een goed geinformeerde raad. Maar daar gaat het al niet meer over.
Ik hoop dat er toch vanuit de raad een onderzoek komt al is het maar om het in uw ogen onjuiste beeld vanuit Zembla, wat altijd bij mensen blijft hangen als Oostflakkee weer ter sprake komt, te weerleggen met feiten en een open discussie over goed bestuur te hebben.
Wim Noordzij
,
